Maas
Tot 27 weken verliep mijn zwangerschap, op wat gebruikelijke misselijkheid na, eigenlijk zonder problemen. Ik was aan het werk toen ik ineens hoofdpijn kreeg. Normaal heb ik hier zelden last van, dus het viel meteen op, zeker omdat het niet overging na goed drinken, even naar buiten gaan en het nemen van paracetamol. Omdat ik zelf als verloskundige op de verloskamers werk, twijfelde ik of ik thuis mijn eigen verloskundige zou bellen, maar als mijn bloeddruk echt te hoog zou zijn, moest ik meteen weer terug naar het ziekenhuis. Dus vroeg ik aan het einde van mijn dienst aan een collega om even een bloeddruk te meten. Ik dacht nog: ik ben pas 27 weken, hoe hoog kan die nou zijn? Helaas bleek: veel te hoog. Ik mocht meteen op een bedje komen liggen en alles werd gecontroleerd. Gelukkig mocht ik die avond naar huis en zouden we mijn bloeddruk de komende dagen goed in de gaten houden. Ook kreeg ik een groeiecho. Daarop bleek dat ons kindje niet optimaal groeide.
Toen mijn bloeddruk bij herhaling te hoog bleef, werd er medicatie gestart en ging ik met verlof. Om de dag kwam ik terug voor controle om de medicatie goed in te stellen en de conditie van de baby en mij te monitoren. Bij iedere controle nam ik voor de zekerheid een tas met spullen mee voor het geval ik opgenomen moest worden.
Bij ruim 30 weken had ik opnieuw een controle. Ik had geen typische klachten, maar merkte wel dat ik opvallend weinig plaste. Na een bloeddrukmeting, CTG, bloed- en urineonderzoek kwam mijn collega de triagekamer binnen. “Loop maar even mee”. Toen wist ik natuurlijk al genoeg. In een andere kamer zat de gynaecoloog op me te wachten. Er zat te veel eiwit in mijn urine. Hij hoefde mij niet uit te leggen wat dat betekende. Ik werd opgenomen om 12-uurs urine te sparen. Tot dan was er elke controle iemand met me mee gegaan, maar uiteraard had ik precies deze dag gezegd dat ik wel een keer alleen kon gaan én had ik mijn tas met spullen perongeluk thuis in de gang laten staan…
De volgende ochtend bleek ook in de 12-uurs urine het eiwit verhoogd. Ik kreeg definitief de diagnose zwangerschapsvergiftiging en bleef opgenomen. Ineens was ik patiënt op ‘mijn eigen afdeling’. Een paar dagen later bleek bij de groeiecho dat er sprake was van groeivertraging en waren ook de dopplers afwijkend. Ik kreeg longrijpingsprikken toegediend en vanaf dat moment werd het een kwestie van dagen/weken sparen. Elke dag die onze baby nog in mijn buik kon blijven, was er weer eentje bij. De eerste mijlpaal was 32 weken: vanaf dat moment mocht ik in mijn eigen vertrouwde ziekenhuis bevallen. Toen we die mijlpaal bereikten, kwam mijn lieve collega van de kinderafdeling zelfs een taartje brengen!
Mijn bloeddruk liep verder op, maar gelukkig was er nog ruimte om de medicatie te verhogen. Alles om onze baby nog wat langer in mijn buik te laten groeien. We werden goed in de gaten gehouden en behalve dat ik heel veel vocht vasthield, voelde ik me gelukkig niet heel ziek. Het was niet makkelijk om ineens patiënt te zijn in plaats van zorgverlener, maar gelukkig werden we door alle collega’s ontzettend lief en goed verzorgd.
Mijn man reed iedere dag na zijn werk heen en weer om bij me te zijn. Op zaterdagavond zei ik tegen hem: “Dit zou zomaar eens onze laatste avond met zijn tweetjes kunnen zijn”. De volgende ochtend kwam de gynaecoloog visite lopen. Alles leek aanvankelijk goed tot ze mijn kniepeesreflexen controleerde. Het werd ineens stil in de kamer. De reflexen waren afwijkend en dat kon passen bij een verhoogde prikkelbaarheid van het zenuwstelsel en een verhoogd risico op een eclamptisch insult. Er was geen twijfel meer: het was tijd om onze baby te halen.
Hoewel ik de weken ervoor ontzettend graag natuurlijk wilde bevallen, wist ik nu dat een keizersnede voor ons allebei de enige veilige keuze was. En daarmee was het helemaal goed.
Op zondag 12 april werd onze zoon Maas geboren. We waren erop voorbereid dat hij na de geboorte direct in een couveuse naar de kinderafdeling zou gaan, maar hij deed het zó goed dat hij op de operatiekamer al even bij mij mocht buidelen. Wat was ik daar blij mee! Hij woog 1534 gram en was daarmee naast prematuur ook dysmatuur. Zo klein en kwetsbaar, maar tegelijkertijd al zo ontzettend af en lief. Vanaf zijn geboorte deed hij het heel goed. Hij maakte steeds mooie stappen vooruit. Zijn neusbrilletje met zuurstof en infuus mochten snel uit en na ruim een week begon hij zelf bij mij te drinken. Alleen met zijn ademhaling had hij nog wat ondersteuning nodig. Met een beetje coffeïne, of zoals de verpleging het zo lief noemde: zijn potje koffie, bleef hij goed doorademen.
Vanuit mijn werk kende ik Stichting Earlybirds natuurlijk al goed. Ik had al zoveel ouders van prematuur geboren baby’s op deze stichting gewezen vanwege het mooie werk dat zij doen. Maar ik had natuurlijk nooit gedacht er ooit zelf gebruik van te maken. Toen Maas twee weken oud was, kwam lieve Marleen foto’s van ons maken. Het contact was heel fijn en we zijn haar super dankbaar voor de mooie foto’s. Wat ontzettend waardevol om zulke mooie foto’s van ons als gezin te hebben. Voor een zwangerschapsshoot hebben we geen mogelijkheid gehad, dus deze foto’s zijn een extra kostbare herinnering.
De dag na de fotoshoot mocht Maas van de couveuse over naar een wiegje. En twee weken later, op Moederdag, kregen wij het mooiste cadeau dat we ons konden wensen: na 4 weken op de kinderafdeling en totaal 6,5 week in het ziekenhuis mochten we samen naar huis!








Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!